Submenu

Veelgestelde vragen

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze gebieden worden bijzondere planten, dieren en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit, de verscheidenheid aan soorten, te behouden.

De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk. Omdat planten en dieren zich niet aan landsgrenzen houden, hebben de landen van de Europese Unie afspraken gemaakt over de bescherming van natuur. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Op basis daarvan wijzen lidstaten natuurgebieden aan die belangrijk zijn voor beschermde soorten en leefgebieden. Samen vormen deze gebieden het Natura 2000-netwerk.

Een Natura 2000-beheerplan beschrijft welke maatregelen nodig zijn om de natuur in een Natura 2000-gebied te beschermen en in sommige gevallen te verbeteren. Ook staat er in welke activiteiten er in het gebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. 

Nee. Voor Natura 2000-gebieden geldt een wettelijke verplichting om beheerplannen periodiek te evalueren en te actualiseren.

Tijdens deze actualisatie wordt gekeken hoe de natuur zich ontwikkelt, welke nieuwe kennis beschikbaar is gekomen en hoe het gebruik van het gebied is veranderd. Op basis daarvan wordt bepaald of bestaande maatregelen voldoende zijn of dat aanpassingen nodig zijn om de Natura 2000-doelen te behalen. Daarnaast blijkt uit de evaluatie van de huidige beheerplannen dat niet alle Natura 2000-doelen worden gehaald. Daarom wordt onderzocht welke aanvullende of aangepaste maatregelen nodig zijn voor de volgende beheerplanperiode.

Deze gebieden zijn aangewezen omdat ze belangrijk zijn voor soorten en habitattypen die Europees beschermd zijn. Het doel is om de biodiversiteit te behouden en waar nodig te herstellen. De aanwijzing gebeurt op basis van ecologische criteria en de Europese richtlijnen.

Het actualiseren van een Natura 2000-beheerplan gebeurt stap voor stap en duurt meerdere jaren. Daarbij wordt gekeken naar de staat van de natuur, het gebruik van het gebied en welke maatregelen nodig zijn om de Natura 2000-doelen te behalen. Tijdens het proces worden overheden, terreinbeheerders, natuurorganisaties, ondernemers, belangenorganisaties, gebruikers van het gebied, inwoners en andere betrokkenen betrokken.

Het proces bestaat uit vijf fasen:

1. Voorbereiding
In deze fase worden afspraken gemaakt tussen de betrokken overheden en organisaties over de aanpak van het beheerplanproces.

2. Doeluitwerking en Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
Eerst wordt onderzocht hoe het met de natuur in het gebied gaat en welke knelpunten er zijn voor het behalen van de Natura 2000-doelen. Vervolgens wordt in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) beschreven welke onderwerpen in de milieueffectrapportage (plan-MER) worden onderzocht en hoe dat gebeurt. De NRD wordt ter inzage gelegd zodat iedereen hierop kan reageren.

3. Uitwerken van maatregelen
Op basis van de ecologische analyses worden mogelijke maatregelen uitgewerkt. Daarbij wordt gekeken naar de effectiviteit voor de natuur én naar de gevolgen voor gebruikers van het gebied. Via werksessies, maatregeltafels en andere participatiemomenten worden overheden, terreinbeheerders, natuurorganisaties, ondernemers, belangenorganisaties, inwoners en andere betrokkenen actief betrokken bij de verdere uitwerking van de maatregelen.

4. Opstellen ontwerpbeheerplan en plan-MER
De voorgestelde maatregelen worden opgenomen in een ontwerpbeheerplan. Tegelijkertijd wordt in een plan-MER onderzocht wat de effecten van deze maatregelen zijn op natuur en andere milieuaspecten. Het ontwerpbeheerplan en het plan-MER worden vervolgens ter inzage gelegd. Iedereen kan dan een zienswijze indienen.

5. Vaststellen van het definitieve beheerplan
Na beoordeling van de ontvangen zienswijzen worden het beheerplan en het plan-MER waar nodig aangepast. Daarna stellen de bevoegde gezagen het definitieve Natura 2000-beheerplan vast.

Na vaststelling worden de afgesproken maatregelen uitgevoerd en gemonitord. Het beheerplan wordt vervolgens opnieuw geëvalueerd als voorbereiding op een volgende beheerplanperiode.

Natuur, gebruik en beleid veranderen. Daarom worden beheerplannen periodiek geëvalueerd en geactualiseerd, zodat maatregelen, afspraken en communicatie aansluiten bij de actuele situatie.

Bij het opstellen van het beheerplan kijken we niet alleen naar de natuurdoelen, maar ook naar het bestaande gebruik van het gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met activiteiten die al lange tijd onderdeel zijn van het Waddengebied, zoals recreatie, visserij en andere vormen van gebruik.

We beoordelen steeds of activiteiten, zoals bijvoorbeeld historisch medegebruik, passen binnen de Natura 2000-doelen en geen onaanvaardbare negatieve effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden. Daarbij worden zowel ecologische als sociaalmaatschappelijke aspecten meegewogen.

Bij het opstellen van het beheerplan wordt gekeken naar alle relevante drukfactoren die van invloed zijn op de Natura 2000-doelen.

Uit de evaluatie van de huidige beheerplannen blijkt dat ontwikkelingen in de natuur vaak het gevolg zijn van een combinatie van factoren, zoals verstoring, predatie, ziektes, extreem weer, klimaatverandering, veranderingen in voedselbeschikbaarheid en ontwikkelingen buiten het Natura 2000-gebied.

Daarom wordt niet naar één oorzaak of gebruikersgroep gekeken, maar naar het geheel van factoren die van invloed zijn op beschermde soorten en leefgebieden. Ook wordt gekeken naar verschillende soorten activiteiten in het gebied, zoals recreatie, beheer, scheepvaart en visserij.

Voor sommige activiteiten lopen aparte trajecten. Zo worden mogelijke maatregelen voor de commerciële visserij in overleg met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en vertegenwoordigers van de visserijsector uitgewerkt. Het beheerplan richt zich daarmee niet uitsluitend op recreanten of bewoners, maar op alle relevante activiteiten en factoren die van invloed kunnen zijn op de natuurdoelen van het gebied.

Er zijn verschillende momenten waarop je kunt reageren, bijvoorbeeld als er een ontwerp beheerplan ligt. Kijk op een gebiedspagina wanneer dit mogelijk is voor dat gebied.

Waddenzee

De Waddenzee is het grootste aaneengesloten getijdengebied ter wereld en een van de belangrijkste natuurgebieden van Europa. Het gebied bestaat uit geulen, zandplaten, slikken en kwelders die door eb en vloed voortdurend veranderen. Deze dynamische natuur biedt leefruimte aan een groot aantal planten- en diersoorten.

De Waddenzee is een belangrijk leefgebied voor vissen, zeehonden en bruinvissen. Daarnaast is het gebied een onmisbare tussenstop voor miljoenen trekvogels die jaarlijks tussen Afrika, Europa en de poolgebieden trekken. Ook komen er bijzondere habitattypen en beschermde plantensoorten voor, zoals kwelders en zeldzame kwelderplanten.

Door deze bijzondere natuurwaarden heeft de Europese Unie de Waddenzee aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn. Dat betekent dat Nederland verplicht is om de natuur in het gebied te beschermen, verslechtering te voorkomen en waar nodig maatregelen te nemen om soorten en leefgebieden in stand te houden of te verbeteren.

Met het Natura 2000-beheerplan wordt beschreven welke maatregelen hiervoor nodig zijn en hoe natuurbescherming en menselijk gebruik van het gebied zorgvuldig met elkaar in balans worden gebracht.

Noordzeekustzone

De Noordzeekustzone is een van de meest waardevolle natuurgebieden van Nederland. Het relatief ondiepe kustgebied vormt een belangrijk leefgebied voor veel soorten vissen, zeezoogdieren en vogels. Jonge vissen groeien hier op in de voedselrijke kustwateren, terwijl zeehonden, bruinvissen en verschillende vogelsoorten afhankelijk zijn van het gebied om te rusten, voedsel te zoeken of te overwinteren.

Daarnaast komen in de Noordzeekustzone beschermde habitattypen voor, zoals permanent overstroomde zandbanken. Door deze bijzondere natuurwaarden heeft de Europese Unie de Noordzeekustzone aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn.

Dat betekent dat Nederland verplicht is om de natuurwaarden in het gebied te beschermen, verslechtering te voorkomen en waar nodig maatregelen te nemen om soorten en leefgebieden in stand te houden of te verbeteren. Om hier invulling aan te geven wordt voor de Noordzeekustzone een Natura 2000-beheerplan opgesteld.

De rapporten die zijn opgesteld voor het nieuwe beheerplan kunt u vinden op de pagina Documenten. 

Het nieuwe beheerplan wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2028 vastgesteld. Daarmee volgt het nieuwe beheerplan het huidige beheerplan op, dat loopt tot 12 december 2028.

Tijdens het beheerplanproces zijn er verschillende momenten waarop u kunt meedenken of reageren. Sinds de start van het beheerplanproces in 2024 zijn er verschillende participatiemomenten georganiseerd, waaronder informatiebijeenkomsten, gesprekken met stakeholders, maatregeltafels, inloopspreekuren en de terinzagelegging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) in 2025. Het volgende formele inspraakmoment is wanneer het ontwerpbeheerplan en het Plan-MER naar verwachting in de tweede helft van 2027 ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen een officiële zienswijze indienen.

Bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, terreinbeheerders en andere betrokkenen worden op verschillende momenten betrokken tijdens het proces. Hun kennis van het gebied en hun ervaringen zijn cruciaal en waardevolle input bij het ontwikkelen en beoordelen van mogelijke maatregelen. Daarnaast krijgt iedereen de mogelijkheid om een officiële zienswijze in te dienen wanneer het ontwerpbeheerplan ter inzage ligt.

Tijdens het beheerplanproces worden verschillende soorten bijeenkomsten georganiseerd. Sommige bijeenkomsten zijn bedoeld voor een breed publiek, terwijl andere bijeenkomsten gericht zijn op specifieke sectoren, organisaties of onderwerpen.

Sinds de start van het beheerplanproces in 2024 zijn onder meer informatiebijeenkomsten, gesprekken met belangenorganisaties, maatregeltafels, inloopspreekuren op de eilanden en het vasteland en formele inspraakmomenten georganiseerd.

Niet iedere bijeenkomst heeft hetzelfde doel of dezelfde doelgroep. Daarom is niet iedereen voor iedere bijeenkomst uitgenodigd.

Uiteindelijk krijgt iedereen de mogelijkheid om mee te denken of formeel te reageren wanneer het ontwerpbeheerplan en het Plan-MER ter inzage worden gelegd.

Wij organiseren meerdere werksessies met verschillende doelgroepen zoals ondernemers. Graag vernemen wij van u uw belangstelling via omn2000wz@rws.nl U kunt zich melden bij onze inloopbijeenkomsten. Wanneer en waar deze plaatsvinden vindt u hier.  

Houd de website www.rwsnatura2000.nl in de gaten. Hier publiceren wij informatie over bijeenkomsten, participatiemomenten, terinzageleggingen en andere belangrijke stappen in het beheerplanproces zodra deze bekend zijn.

De maatregeltafels waren werksessies waarin mogelijke maatregelen voor het nieuwe beheerplan werden besproken met vertegenwoordigers van verschillende sectoren, organisaties en overheden.

Het doel van deze gesprekken was om inzicht te krijgen in de mogelijke sociaal-economische gevolgen van maatregelen. Daarbij zijn kennis, zorgen, praktijkervaringen en mogelijke knelpunten uit het gebied opgehaald. De maatregeltafels waren nadrukkelijk geen besluitvormende bijeenkomsten. De uitkomsten worden gebruikt bij de verdere uitwerking van mogelijke maatregelen en bij de afweging van de effecten voor natuur, gebruikers en omgeving.

De maatregeltafels waren werksessies met een specifieke inhoudelijke opgave: inzicht krijgen in de mogelijke sociaal-economische gevolgen van maatregelen en het ophalen van praktijkkennis uit het gebied. Daarom is gewerkt met een representatieve afvaardiging van verschillende sectoren, organisaties en overheden.

De maatregeltafels vormen slechts één onderdeel van een breder participatieproces. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat informatiebijeenkomsten, gesprekken met belangenorganisaties, inloopspreekuren en formele inspraakmomenten georganiseerd. Ook heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) in 2025 ter inzage gelegen, waarbij iedereen een reactie kon indienen.

De informatie uit de maatregeltafels wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van het beheerplan. Daarnaast krijgt iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen wanneer het ontwerpbeheerplan en het Plan-MER naar verwachting in de tweede helft van 2027 ter inzage worden gelegd.

Er zijn geen besluiten genomen over het afsluiten van gebieden. We onderzoeken in deze fase, welke maatregelen nodig zijn om de natuurdoelen voor de Waddenzee te behalen. Dat betreft een veelvoud aan suggesties voor maatregelen, die gaan we vervolgens eerst onderzoeken op consequenties. De toegang tot bepaalde zeer kwetsbare gebieden gedeeltelijk beperken om meer rust te garanderen voor soorten of leefgebieden die onder druk staan, is één van de mogelijkheden.

De uiteindelijk te kiezen maatregelen worden bestuurlijk vastgelegd door het bevoegd gezag. Voordat een definitief besluit wordt genomen, krijgt iedereen de mogelijkheid om hierop te reageren. Nadat het beheerplan definitief is vastgesteld, wordt het ondertekend door de betrokken provincies en de ministeries van LVVN, IenW en Defensie. Rijkswaterstaat is niet bevoegd om deze besluiten te nemen.

Nee, die intentie hebben we niet en dat is ook niet aan de orde. We onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om de Natura 2000-doelen te behalen en welke effecten deze maatregelen hebben op natuur én gebruikers van het gebied. Een (tijdelijke) afsluiting van een beperkt gebied kan één van de mogelijke maatregelen zijn die wordt onderzocht. Als een afsluiting wordt overwogen, wordt allereerst gekeken naar de noodzaak, de omvang, de duur en de gevolgen voor bewoners, recreanten en ondernemers. Pas daarna vindt een afweging plaats. Eventuele toegangsbeperkingen worden bovendien niet vastgesteld via het Natura 2000-beheerplan zelf, maar via een afzonderlijke wettelijke procedure: een Toegangsbeperkend Besluit (TBB). Voor een dergelijk besluit gelden aparte mogelijkheden voor inspraak, bezwaar en beroep.

We begrijpen dat dit onderwerp veel vragen en zorgen oproept, zeker bij mensen die wonen, werken en recreëren in het Waddengebied. Voor veel bewoners en bezoekers hebben deze gebieden een grote persoonlijke, culturele en recreatieve betekenis. We onderzoeken verschillende mogelijkheden om de natuurdoelen te halen en kijken daarbij nadrukkelijk ook naar de gevolgen voor bewoners, ondernemers, recreanten en de leefbaarheid van het gebied. Een tijdelijke of seizoensgebonden afsluiting kan één van de maatregelen zijn om verslechtering van beschermde natuur te voorkomen of herstel mogelijk te maken. Als een afsluiting aan de orde is, wordt onderzocht welk gebied het betreft, welke natuurdoelen ermee worden ondersteund, of een maatregel tijdelijk of permanent nodig is en welke gevolgen dat heeft voor gebruikers van het gebied. De onderbouwing hiervoor komt uit ecologische onderzoeken, monitoring, gebiedskennis en gesprekken met bewoners en betrokken partijen.

Nee, al deze activiteiten zijn en blijven in het algemeen toegestaan. Niet alles kan echter altijd en altijd overal. Ook nu kun je bijvoorbeeld niet overal droogvallen of altijd wandelen.

Bij het opstellen van het beheerplan wordt gekeken naar zowel de natuurdoelen als het bestaande gebruik van het gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met activiteiten die al lange tijd onderdeel zijn van het Waddengebied en de cultuur van de eilanden.

Als bepaalde maatregelen noodzakelijk blijken voor het behalen van de Natura 2000-doelen, wordt zorgvuldig onderzocht welke gevolgen deze hebben voor bewoners, ondernemers en recreanten. Daarbij wordt gezocht naar een zo goed mogelijke balans tussen natuurbescherming en gebruik van het gebied.

U kunt nu nog geen officiële zienswijze indienen. Dat kan pas als het ontwerp-beheerplan ter inzage ligt, naar verwachting in de tweede helft van 2027.  

Het ontwerpbeheerplan en het Plan-MER worden naar verwachting in de tweede helft van 2027 ter inzage gelegd. U kunt dan een zienswijze indienen. Dat is uw officiële mogelijkheid om te reageren. Na vaststelling van het definitieve beheerplan in 2028 kunt u ook beroep instellen tegen onderdelen waarmee u het niet eens bent.

Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, ontvangt een reactienota. Daarin staat of uw reactie aanleiding geeft om het beheerplan aan te passen. Als dat niet zo is, wordt uitgelegd waarom niet. 

U kunt contact met ons opnemen via het mailadres: omn2000wz@rws.nl. 

De meest actuele informatie vindt u altijd op rwsnatura2000.nl. Daar houden we bij welke stappen we zetten, wat al vaststaat en wat nog niet, en wanneer u kunt meedenken of reageren. Twijfelt u over iets dat u heeft gehoord? Kijk eerst op de website, of neem contact met ons op via het mailadres: omn2000wz@rws.nl.

Cookie-instellingen