De delegatie – 2 vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, 1 persoon van Stichting De Noordzee en 1 persoon van het ministerie van LVVN – wisselde daar kennis uit met vijf andere landen over Natura 2000 en marien natuurbeheer.
Integrale aanpak staat centraal
In de regio Murcia zagen de deelnemers hoe mariene beschermde gebieden (MPA’s) zoals Mar Menor, Cabo de Palos en Cabo Tiñoso actief worden beheerd. De Spaanse aanpak laat duidelijk zien dat natuurbeheer niet op zichzelf staat: ecologische, culturele en sociaaleconomische belangen zijn sterk met elkaar verweven. Succesvol beleid vraagt daarom om een integrale aanpak, waarin deze belangen samenkomen.
Mar Menor: van crisis naar actie
De ecologische crisis in de lagune Mar Menor vormde een belangrijk onderdeel van het programma. In 2016 is dit gebied, na jarenlange ongecontroleerde lozingen uit intensieve landbouw, zwaar aangetast door eutrofiëring (=vermesting: sterke verrijking van het water met voedingsstoffen, zoals nitraat en fosfaat), vervuiling, veranderingen in zoutgehalte en klimaatverandering. Dit heeft geleid tot sterke achteruitgang van soorten, zoals de beschermde waaiermossel (Pinna nobilis) en zeepaardjes.
Waaiermossel (Pinna nobilis)
De crisis leidde echter ook tot versnelling in actie. Overheden en samenleving voelden de urgentie en namen beleids- en ruimtelijke maatregelen, zoals barrières tegen nutriëntenaanvoer vanuit de landbouw. Opvallend is bovendien dat Mar Menor inmiddels een juridische status als ‘rechtspersoon’ heeft gekregen – een unieke stap wereldwijd, al zijn de effecten daarvan nog beperkt zichtbaar.
Duidelijke regels, betrokkenheid en actief beheer
Spanje zet sterk in op geïntegreerde beheerplannen. Hierin worden zonering, gebruiksregels en natuurdoelen gecombineerd. De uitvoering is concreet en zichtbaar: duidelijke en eenvoudige regels voor gebruikers, actieve handhaving en toezicht, beperkingen op recreatie zoals ankeren en duiken, structurele monitoring van natuurkwaliteit. Daarnaast werken overheden, beheerders en onderzoekers aan herstelprogramma’s voor onder meer zeegrasvelden en kwetsbare soorten.
“Een sterk punt van de Spaanse aanpak is de brede betrokkenheid van stakeholders. NGO’s, vissers en lokale gemeenschappen’’, aldus David Nieuwenhuis, programmamanager bij Rijkswaterstaat. “Ze spelen dan ook een actieve rol in monitoring, bewustwording en beleidsvorming”, vervolgt hij. Citizen science en nieuwe technologie leveren daarbij ook waardevolle data én vergroten het draagvlak.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Murcia kent vergelijkbare uitdagingen als Nederland, zoals spanningen tussen ecologische doelstellingen en economische belangen, beperkte uitvoeringscapaciteit en versnipperd bestuur. Toch biedt de Spaanse aanpak waardevolle inzichten in het combineren van gebiedsgericht beheer en stakeholderbetrokkenheid en het belang van monitoren en handhaving:
- Geïntegreerde beheerplannen helpen verschillende beleidskaders en sectoren op elkaar af te stemmen;
- Duidelijke zonering en eenvoudige regels verbeteren uitvoerbaarheid en handhaving;
- Ecologische crises kunnen politieke actie en maatschappelijk draagvlak versnellen (never waste a good crisis);
- Effectieve bescherming vereist maatregelen binnen én buiten beschermde gebieden (bijv. landbouwmaatregelen);
- Langjarige monitoring is essentieel voor inzicht in trends en herstel;
- Citizen science en NGO’s versterken databeschikbaarheid en draagvlak;
- Technologie speelt een steeds grotere rol in beheer en toezicht;
- NGO’s zijn cruciaal voor bewustwording en beleidsbeïnvloeding;
- Samenwerking met vissers en lokale gemeenschappen vergroot acceptatie van maatregelen;
- Bescherming werkt alleen met voldoende toezicht en capaciteit (belangrijk); en
- Zichtbare aanwezigheid (bijv. patrouilles) versterkt naleving.
Waardevolle uitwisseling
De Nederlandse delegatie deelde eigen ervaringen met Natura 2000-beheer op de Noordzee en in de Waddenzee, bijvoorbeeld over strikt beschermde gebieden en omgaan met onzekerheden in beleid. De uitwisseling met Spanje en andere deelnemende landen – Italië, Roemenië, Montenegro en Litouwen – leverde concrete inzichten en inspiratie op. Deze kennis kan direct bijdragen aan de verdere ontwikkeling van marien natuurbeheer in Nederland. Dit studiebezoek bevestigt eens te meer dat effectief marien beheer vraagt om samenhang, samenwerking en zichtbare actie – zowel op zee als op het land.
Foto boven het artikel: Susan Spieksma (ministerie LVVN), David Nieuwenhuis (Rijkswaterstaat), Jonna van Ulzen, (Rijkswaterstaat), Nina FIeten (Stichting de Noordzee)